IK BEN OP EEN AVOND MET EEN MEISJE


En ik ben op een avond,
Met een meisje uitgeweest,
En ik kocht haar een klein hoedje


(BIS)



En zo ging dat kopke
Dat kopke ging alzo


(BIS)


De volgende strofen worden op dezelfde manier gezongen maar "klein hoedje" en "kopke" worden vervangen door:

maar ¯"klein hoedje" en ¯
"soetienke" "tetjes"

"korseeke" "buikske"

"klein broekske" "foefke"

"paar kousen" "beentjes"

"paar schoentjes" "voetjes"

"kapootken" "pietje"



Bovendien wordt achter elke strofe telkens tweemaal de laatste twee regels van alle vorige strofen herhaald. Zo wordt de laatste strofe:



En ik ben op een avond
Met een meisje uitgeweest,
En ik kocht haar een kapootken


(BIS)



En zo ging dat pietje
Dat pietje dat ging zo


(BIS)



En zo gingen die voetjes
Die voetjes gingen zo


(BIS)

En zo gingen die 